Jonas de Witte
Charles Salomon van Biene heeft zijn wensdroom in vervulling laten gaan en bracht de filmkunst naar Arnhem.
Een levenswerk met vallen en opstaan; zo kun je zijn loopbaan wel noemen. Als Joodse Amsterdammer werd Charles op 13 oktober 1889 geboren in een milieu waarin toneel veel betekende. Na het afronden van de HBS op 18-jarige leeftijd wilde hij maar al te graag acteur worden. Zijn kleine gestalte zou een professionele carrière echter in de weg staan. Zijn vasthoudendheid bracht hem, naast kleine rollen, niet op, maar vóór de planken als vertaler van toneelstukken uit het Frans. Daarnaast viel zijn aandacht op een nieuw verschijnsel van die dagen: de film. Willy Mullens, die toen al twee cinema’s in Den Haag had, zocht een explicateur. Kwiek, welbespraakt en op de hoogte van de Franse taal, wist Charles van Biene zich die rol snel eigen te maken en de bezoekers hingen aan zijn lippen.
Inzet: Een explicateur gaf tijdens de vertoning van een zwijgende film commentaar bij de beelden en verzorgde de geluidseffecten. Een bekende explicateur was de Joodse Louis Hartloper, humoristisch acteur en schrijver, geboren in 1864 in Amsterdam. De experimentele wetenschap en de film- en bioscoopwereld werden vooral beheerst door mannen; zo ook het vak van explicateur. Op 11 september 1911 voorzag actrice Nelly Nieuwstraten in het Apollo-Theater te Arnhem als eerste explicatrice van Nederland de stille film van verbeelde en levendige context. Een verrassend detail is dat zij nog een seizoen daarvoor werkzaam was geweest bij het theatergezelschap van Jacques van Biene, de vader van Charles.
(Charles van Biene, ca 1960)
(De eerste bioscoop van Arnhem. Fotorama/Apollo Bioscoop in de Kortestraat 5 te Arnhem. Arnhemsche Courant bericht op 11-09-1911 over Nelly Nieuwstraten)
Een stap
Eind 1911 was voor Charles het moment om naast explicateur een nieuwe stap te zetten. Het filmvak werd veelzijdiger en hij wilde met meer facetten ervan vertrouwd raken. Bij het Tip Top Theater in de Jodenbreestraat 27 werd hij aangesteld als gérant (bedrijfsleider).
Charles trouwde op 22 mei 1913 in Amsterdam met de niet-Joodse Maria Elisabeth Catharina Rentmeester. Maria (28 oktober 1888) was pianiste van beroep en begeleidde toneelvoorstellingen en films in de bioscoop. Ook zij kwam uit de theatergezinde familie Rentmeester. Zij hadden elkaar ontmoet in het filmtheater, waar zij samen de stille film van stem en geluid voorzagen.
Na vijf jaar maakte Charles de overstap naar de filmverhuur bij de Joodse Loet C. Barnstijn. Hij verhuisde om die reden met zijn jonge gezin naar Den Haag. Dochter Carolina ‘Lily’ was kort daarvoor, in 1916, geboren. Een paar jaar later, in 1918, werd hij eigenhandig directeur van het filmverhuurkantoor Nebima, dat later samenging met Nordisk Filmverhuur en vervolgens werd overgenomen door het machtige en befaamde UFA in Berlijn. In 1921 werd hun zoon Willem geboren. Een plezierige en stabiele periode brak aan.
Totdat Adolf Hitler aan de macht kwam. Charles besloot zijn werk voort te zetten bij TOBISfilm, dat was opgebouwd uit Frans-Nederlands kapitaal. Dat was van korte duur, want ook TOBISfilm werd even later Duits bezit, waardoor hij als Joodse directeur uit zijn functie werd gezet.

(Filmondernemers voor Paviljoen Vondelpark: Nieuw Weekblad voor de cinematografie 23-07-1926. Charles van Biene staat op de voorste rij uiterst rechts)
(Het Tip Top Theater aan de Jodebreestraat links op de foto in 1928. Met de aankondiging van de film 'Twee Menschen' van Paul Géraldy. Hier werkte Charles van Biene)
(Tegen de muur van het Tip Top Theater tijdens de razzia’s van Amsterdam op 22 februari 1941)
Naar Arnhem
Dit was een signaal en Charles koos ervoor om Amsterdam te verlaten en kreeg in 1938 de kans om samen met zijn Joodse partner Paul Löwenstein vier bioscooptheaters in Arnhem over te nemen van de heer D. Hamburger Jr. Zo werden het Rembrandt Theater (toen nog gelegen aan de Steenstraat), Cinema Palace, Luxor Theater en het Arnhemsch Theater zijn bezit.
Het Rembrandt Theater, in 1927 opnieuw opgetrokken en ingericht, was als premièretheater het paradepaardje van Arnhem. Met een prachtige Art-Deco gevel, een interieur ontworpen door Gidding en Colenbrander, die tevens verantwoordelijk waren voor het Luxor Theater en het Tuschinski in Amsterdam. Met een luxe grand-café op de eerste verdieping, een ruime foyer met winkel en meer dan 700 zitplaatsen overtrof het alle andere bioscopen in de omtrek.
Maar opnieuw achterhaalde het naziregime hem in zijn werkzaamheden. In 1941 werd Charles gedwongen zijn bioscopen voor een bedrag van 28.000 gulden aan de bezetter te verkopen, nadat een poging om zijn bezit te ariseren was mislukt.
Inzet: De filmindustrie kent veel Joodse inbreng. Zo staan de grootste Amerikaanse filmstudio’s onder Joodse leiding, heeft Hollywood een Joods imago en werden vanaf medio 1910 alleen al in Nederland vele bioscopen bestuurd door Joodse ondernemers. Een proefschrift uit 2013 onderzoekt uitgebreid de betekenis van de Joodse identiteit voor het ondernemerschap en biedt hiervoor een mogelijke verklaring:
De Joodse samenleving werd op veel plekken gedomineerd door een niet-Joodse meerderheid. Deze afwijkende positie kwam zichtbaar tot uitdrukking in sociale relaties, beperkte mogelijkheden op de arbeidsmarkt en het feit dat Joodse mensen van oudsher vaker in bepaalde beroepen werkzaam waren. Mede door de crisis in de diamantindustrie in Amsterdam rond 1910 en de groeimarkt rondom de filmindustrie – een nieuwe bedrijfstak die relatief laagdrempelig was – ontstonden nieuwe mogelijkheden om een bedrijf op te bouwen. Vaste bioscopen waren een nieuw fenomeen en met name in de grote steden deden de pioniers in deze nieuwe amusementsbranche doorgaans goede zaken. Dit zal op zijn minst voor een deel verklaren waarom Joodse ondernemers juist in deze ontwikkelingsfase op steeds grotere schaal hun geluk beproefden in het filmbedrijf, en met succes.
[Vrij vertaald uit het proefschrift van Fransje de Jong, Joodse ondernemers in het Nederlandse film- en bioscoopbedrijf tot 1940 (2013)]

(Ansichtkaart uit 1930 van de Steenstraat in Arnhem met rechts het vernieuwde Rembrandt Theater met Art-Deco gevel)
(De entree van het Rembrandt Theater verlicht met verlichting van het Philips concern, 1932)
De Duitse bezetter
Nu Charles van Biene was ontheven uit zijn functie en zijn compagnon Paul Löwenstein met zijn gezin op 9 mei 1941 zijn vlucht nam naar Cuba (lees het artikel 'Paul Löwenstein, het oorlogsverhaal van een Arnhemse bioscoopdirecteur‘, van Simcha Looijen), was het zaak zichzelf en zijn gezin te beschermen. Het gemengde huwelijk bood in het begin betrekkelijke bescherming tegen directe deportatie; zo werden Joodse mannen uit gemengde huwelijken onder strikte voorwaarden tijdelijk vrijgesteld van transport. De onzekerheid en de toenemende repressie tegen de Joodse gemeenschap maakten echter dat het gezin Van Biene-Rentmeester besloot onder te duiken op een boerderij, niet ver van Apeldoorn, en hun huis aan de Velperweg achter te laten.
Dochter Carolina was kort voor het uitbreken van de oorlog getrouwd met de Joodse Rolf Walter Levie. Beiden waren werkzaam binnen de filmindustrie. Ook zoon Jacques was inmiddels in de filmindustrie aan het werk gegaan.
Nadat Rolf Levie was opgepakt en vervolgens naar kamp Westerbork werd gedeporteerd, besloot zijn vrouw, de niet-Joodse Carolina, hem achterna te reizen met hun vierjarige zoontje. Even later werd het gehele gezin op transport gezet naar Auschwitz. In het kamp overleden Carolina en hun zoon kort na aankomst in maart 1944. Rolf overleefde het kamp maar kwam tijdens de evacuatie en de daaropvolgende dodenmarsen in maart 1945, om het leven.
Tijdens de laatste maanden van de bezetting, in de periode dat tienduizende Arnhemmers gedwongen de stad hadden moeten verlaten brak er brand uit in het Rembrandt Theater. Het bleek niet meer te redden. Ook Cinema Palace was tijdens de bevrijding van Arnhem flink beschadigd geraakt. Wat resteerden waren twee uitgeleefde theaters: het Luxor Theater en het Arnhemsch Theater.
Inzet: Een opmerkelijk verhaal dat de persoon Charles van Biene schetst, is dat van zijn werknemer Leo Oberhofer. Leo was Oostenrijks en werd al op jonge leeftijd geadopteerd door een Nederlands gezin. Als jongeman werkte hij al in de Steenstraat als filmoperateur bij het Rembrandt Theater. Hier kon hij gedurende de eerste bezettingsjaren blijven werken, aangezien hij niet-Joods was. Echter, na de Anschluss van Oostenrijk bij Groot-Duitsland werd hij dringend verzocht zich te mobiliseren. Uiteindelijk werd hij gedwongen zijn werkzaamheden stop te zetten om als Duits-Oostenrijkse soldaat te dienen aan het front. Na een lange vlucht te voet keerde Leo terug naar Nederland. Kort na de oorlog was het Charles van Biene die contact opnam met Leo en hem opnieuw aanbood als chef-operateur aan het werk te gaan in zijn bioscopen. Hij is hier tot zijn pensioneren in 1981 blijven werken. 
(Het verwoeste Rembrandt Theater in 1945. Fotograaf D. Renes)
Een nieuwe start
Na de oorlog brak voor Charles van Biene een nieuwe strijd aan om zijn ontnomen bioscopen rechtmatig terug te krijgen. Zijn onteigende theaters waren door overname van de Duitsers immers vijandelijk vermogen geworden. Charles heeft 34 processen tegen het Nederlands Beheersinstituut moeten voeren om aan te tonen dat diefstal geen legale daad is.
Een treurige gebeurtenis volgde kort na de oorlog, in augustus 1949. Onderweg naar huis kwam zoon Jacques van Biene op 28-jarige leeftijd bij een eenzijdig auto-ongeluk om het leven. Kort na de oorlog was hij getrouwd met Johanna de Wilde. Een paar maanden voor zijn overlijden waren zij ouders geworden van hun zoon Wouter(tje).
De wederopbouw van Arnhem kwam op gang en bracht nieuwe mogelijkheden. Samen met zijn compagnon Paul Nassette richtte hij de N.V. Astra Filmmaatschappij op. Terwijl Cinema Palace en het Luxor Theater na de oorlogsschade werden gemoderniseerd, werd in Musis Sacrum tijdelijk een kleine bioscoop, het Saskia Theater geopend, dat een paar jaar later in 1949 definitief zijn deuren opende aan de Looiersstraat.
Bij Charles van Biene groeide het verlangen om, na het verlies van zijn geliefde Rembrandt Theater aan de Steenstraat, zijn premièretheater te laten herbouwen. In februari 1954 was het dan zover. Samen met zijn vijfjarige kleinzoon Woutertje legde hij de eerste steen voor het grote, moderne Rembrandt Theater aan het Velperplein, op de locatie waar voorheen het Telegraafkantoor had gestaan, maar door geallieerde bombardementen volledig was verwoest.

(De eerstesteenlegging van het Rembrandt Theater, 1954. In het midden Charles van Biene met kleinzoon Woutertje, met rechts naast hem Burgemeester Chris Matser)
Dit totaaltheater met moderne grandeur was naar ontwerp van de architecten Nap en Van Ede. Het had een café-restaurant op de begane grond, ruime foyers voor ontmoeting en feesten en een prachtige grote zaal voor landelijke filmpremières, filmvertoningen, theatervoorstellingen en revues. Het theater werd in één jaar tijd gebouwd, mede versneld omdat hier de eerste filmmanifestatie (lees: filmfestival) van Nederland moest gaan plaatsvinden. Dat had de Nederlandse Bioscoop Bond immers kortgesloten met het Arnhemse stadsbestuur. Deze Internationale Filmweek Arnhem liep van 1955 tot 1979 en werd een landelijk voorbeeld voor de latere filmfestivals in Nederland.

(Het Rembrandt theater aan het Velperplein in aanbouw, 1954. Fotograaf D. Renes)
(Het Rembrandt Theater gezien vanuit de Nilmij-flat in 1959)
Detail: Als je goed kijkt zie je boven de entree de aankondiging ‘Dagboek Anne Frank’ uit 1959. De eerste (Amerikaanse) verfilming van het dagboek van Anne Frank door George Stevens. Overigens werd Hollywood actrice Audrey Hepburn, die in haar beginjaren enige tijd in Arnhem woonde, benaderd door Otto Frank voor de rol van Anne. Zij heeft daar toen voor bedankt omdat haar eigen oorlogsherinneringen te pijnlijk waren en uit sympathie voor Anne omdat zij zelf graag Hollywood actrice wilde worden. Dat wat Audrey wel gelukt was.
In 1959 nam Charles van Biene samen met zijn vrouw Marie zijn intrek in de eerste woontoren van Arnhem: de Nilmij-flat, die recht tegenover het Rembrandt Theater gelegen was. Vanaf daar konden zij samen een oogje in het zeil houden en met trots de kroon op zijn levenswerk aanschouwen.
Charles is tot aan zijn dood op 7 januari 1962 als directeur van de N.V. Astra Filmmaatschappij werkzaam geweest. Zijn begrafenis werd groots herdacht, waarbij men in zijn geliefde bioscoop, het Rembrandt Theater, afscheid van hem kon nemen. Charles en zijn vrouw Marie liggen beiden begraven op begraafplaats Moscowa in Arnhem.
Een plaquette in het Rembrandt Theater eert Charles van Biene (en zijn compagnon Paul Nassette) om zijn enorme bevlogenheid en inzet voor de filmbranche, de Arnhemse filmtheaters en zijn liefde voor film in het bijzonder.

(Plaquette in het Rembrandt Theater met links Charles van Biene en rechts Paul Nassette)
Arnhem, augustus 2026
De auteur Jonas de Witte (Studio Beeldontwerp) heeft samen met Focus Filmtheater 'Filmsporen', een audiovisuele wandeling gerealiseerd. Filmsporen is een cadeau aan de stad Arnhem in verband met het 50 jarige bestaan in 2024 van Focus Filmtheater. Zie:
https://www.focusarnhem.nl/filmsporen-interactieve-cinemaroute-door-arnhem/
Bronnen
Wouter van Biene (Los Angeles), kleinzoon van Chales van Biene
My Heritage, Dossier Charles Salomon van Biene
Proefschrift @Fransje de Jong 2013 ‘Ondernemerschap van Joden in de Nederlandse filmwereld'
Het Parool PS, 4 februari 1956 ‘ Strijdvaardige Bioscoopdirecteur’
Beeld en Geluid / Polygoon Profilti ‘Hoe het groeide’
Beeld en Geluid / Afscheid Charles van Biene
Gelders Archief
Paul Löwenstein, het oorlogsverhaal van een Arnhemse bioscoopdirecteur, door Simcha Looijen
Met dank aan: Ton van Haeften / filmoperateur Rembrandt Theater en Minerva, Frank Kaaijk / filmoperateur Rembrandt Theater en Pathé, Willy Oberhofer / dochter Leo Oberhofer.
Verhalen →
Jonas de Witte
Charles Salomon van Biene heeft zijn wensdroom in vervulling laten gaan en bracht de filmkunst naar Arnhem.
Een levenswerk met vallen en opstaan; zo kun je zijn loopbaan wel noemen. Als Joodse Amsterdammer werd Charles op 13 oktober 1889 geboren in een milieu waarin toneel veel betekende. Na het afronden van de HBS op 18-jarige leeftijd wilde hij maar al te graag acteur worden. Zijn kleine gestalte zou een professionele carrière echter in de weg staan. Zijn vasthoudendheid bracht hem, naast kleine rollen, niet op, maar vóór de planken als vertaler van toneelstukken uit het Frans. Daarnaast viel zijn aandacht op een nieuw verschijnsel van die dagen: de film. Willy Mullens, die toen al twee cinema’s in Den Haag had, zocht een explicateur. Kwiek, welbespraakt en op de hoogte van de Franse taal, wist Charles van Biene zich die rol snel eigen te maken en de bezoekers hingen aan zijn lippen.
Inzet: Een explicateur gaf tijdens de vertoning van een zwijgende film commentaar bij de beelden en verzorgde de geluidseffecten. Een bekende explicateur was de Joodse Louis Hartloper, humoristisch acteur en schrijver, geboren in 1864 in Amsterdam. De experimentele wetenschap en de film- en bioscoopwereld werden vooral beheerst door mannen; zo ook het vak van explicateur. Op 11 september 1911 voorzag actrice Nelly Nieuwstraten in het Apollo-Theater te Arnhem als eerste explicatrice van Nederland de stille film van verbeelde en levendige context. Een verrassend detail is dat zij nog een seizoen daarvoor werkzaam was geweest bij het theatergezelschap van Jacques van Biene, de vader van Charles.
(Charles van Biene, ca 1960)
(De eerste bioscoop van Arnhem. Fotorama/Apollo Bioscoop in de Kortestraat 5 te Arnhem. Arnhemsche Courant bericht op 11-09-1911 over Nelly Nieuwstraten)
Een stap
Eind 1911 was voor Charles het moment om naast explicateur een nieuwe stap te zetten. Het filmvak werd veelzijdiger en hij wilde met meer facetten ervan vertrouwd raken. Bij het Tip Top Theater in de Jodenbreestraat 27 werd hij aangesteld als gérant (bedrijfsleider).
Charles trouwde op 22 mei 1913 in Amsterdam met de niet-Joodse Maria Elisabeth Catharina Rentmeester. Maria (28 oktober 1888) was pianiste van beroep en begeleidde toneelvoorstellingen en films in de bioscoop. Ook zij kwam uit de theatergezinde familie Rentmeester. Zij hadden elkaar ontmoet in het filmtheater, waar zij samen de stille film van stem en geluid voorzagen.
Na vijf jaar maakte Charles de overstap naar de filmverhuur bij de Joodse Loet C. Barnstijn. Hij verhuisde om die reden met zijn jonge gezin naar Den Haag. Dochter Carolina ‘Lily’ was kort daarvoor, in 1916, geboren. Een paar jaar later, in 1918, werd hij eigenhandig directeur van het filmverhuurkantoor Nebima, dat later samenging met Nordisk Filmverhuur en vervolgens werd overgenomen door het machtige en befaamde UFA in Berlijn. In 1921 werd hun zoon Willem geboren. Een plezierige en stabiele periode brak aan.
Totdat Adolf Hitler aan de macht kwam. Charles besloot zijn werk voort te zetten bij TOBISfilm, dat was opgebouwd uit Frans-Nederlands kapitaal. Dat was van korte duur, want ook TOBISfilm werd even later Duits bezit, waardoor hij als Joodse directeur uit zijn functie werd gezet.

(Filmondernemers voor Paviljoen Vondelpark: Nieuw Weekblad voor de cinematografie 23-07-1926. Charles van Biene staat op de voorste rij uiterst rechts)
(Het Tip Top Theater aan de Jodebreestraat links op de foto in 1928. Met de aankondiging van de film 'Twee Menschen' van Paul Géraldy. Hier werkte Charles van Biene)
(Tegen de muur van het Tip Top Theater tijdens de razzia’s van Amsterdam op 22 februari 1941)
Naar Arnhem
Dit was een signaal en Charles koos ervoor om Amsterdam te verlaten en kreeg in 1938 de kans om samen met zijn Joodse partner Paul Löwenstein vier bioscooptheaters in Arnhem over te nemen van de heer D. Hamburger Jr. Zo werden het Rembrandt Theater (toen nog gelegen aan de Steenstraat), Cinema Palace, Luxor Theater en het Arnhemsch Theater zijn bezit.
Het Rembrandt Theater, in 1927 opnieuw opgetrokken en ingericht, was als premièretheater het paradepaardje van Arnhem. Met een prachtige Art-Deco gevel, een interieur ontworpen door Gidding en Colenbrander, die tevens verantwoordelijk waren voor het Luxor Theater en het Tuschinski in Amsterdam. Met een luxe grand-café op de eerste verdieping, een ruime foyer met winkel en meer dan 700 zitplaatsen overtrof het alle andere bioscopen in de omtrek.
Maar opnieuw achterhaalde het naziregime hem in zijn werkzaamheden. In 1941 werd Charles gedwongen zijn bioscopen voor een bedrag van 28.000 gulden aan de bezetter te verkopen, nadat een poging om zijn bezit te ariseren was mislukt.
Inzet: De filmindustrie kent veel Joodse inbreng. Zo staan de grootste Amerikaanse filmstudio’s onder Joodse leiding, heeft Hollywood een Joods imago en werden vanaf medio 1910 alleen al in Nederland vele bioscopen bestuurd door Joodse ondernemers. Een proefschrift uit 2013 onderzoekt uitgebreid de betekenis van de Joodse identiteit voor het ondernemerschap en biedt hiervoor een mogelijke verklaring:
De Joodse samenleving werd op veel plekken gedomineerd door een niet-Joodse meerderheid. Deze afwijkende positie kwam zichtbaar tot uitdrukking in sociale relaties, beperkte mogelijkheden op de arbeidsmarkt en het feit dat Joodse mensen van oudsher vaker in bepaalde beroepen werkzaam waren. Mede door de crisis in de diamantindustrie in Amsterdam rond 1910 en de groeimarkt rondom de filmindustrie – een nieuwe bedrijfstak die relatief laagdrempelig was – ontstonden nieuwe mogelijkheden om een bedrijf op te bouwen. Vaste bioscopen waren een nieuw fenomeen en met name in de grote steden deden de pioniers in deze nieuwe amusementsbranche doorgaans goede zaken. Dit zal op zijn minst voor een deel verklaren waarom Joodse ondernemers juist in deze ontwikkelingsfase op steeds grotere schaal hun geluk beproefden in het filmbedrijf, en met succes.
[Vrij vertaald uit het proefschrift van Fransje de Jong, Joodse ondernemers in het Nederlandse film- en bioscoopbedrijf tot 1940 (2013)]

(Ansichtkaart uit 1930 van de Steenstraat in Arnhem met rechts het vernieuwde Rembrandt Theater met Art-Deco gevel)
(De entree van het Rembrandt Theater verlicht met verlichting van het Philips concern, 1932)
De Duitse bezetter
Nu Charles van Biene was ontheven uit zijn functie en zijn compagnon Paul Löwenstein met zijn gezin op 9 mei 1941 zijn vlucht nam naar Cuba (lees het artikel 'Paul Löwenstein, het oorlogsverhaal van een Arnhemse bioscoopdirecteur‘, van Simcha Looijen), was het zaak zichzelf en zijn gezin te beschermen. Het gemengde huwelijk bood in het begin betrekkelijke bescherming tegen directe deportatie; zo werden Joodse mannen uit gemengde huwelijken onder strikte voorwaarden tijdelijk vrijgesteld van transport. De onzekerheid en de toenemende repressie tegen de Joodse gemeenschap maakten echter dat het gezin Van Biene-Rentmeester besloot onder te duiken op een boerderij, niet ver van Apeldoorn, en hun huis aan de Velperweg achter te laten.
Dochter Carolina was kort voor het uitbreken van de oorlog getrouwd met de Joodse Rolf Walter Levie. Beiden waren werkzaam binnen de filmindustrie. Ook zoon Jacques was inmiddels in de filmindustrie aan het werk gegaan.
Nadat Rolf Levie was opgepakt en vervolgens naar kamp Westerbork werd gedeporteerd, besloot zijn vrouw, de niet-Joodse Carolina, hem achterna te reizen met hun vierjarige zoontje. Even later werd het gehele gezin op transport gezet naar Auschwitz. In het kamp overleden Carolina en hun zoon kort na aankomst in maart 1944. Rolf overleefde het kamp maar kwam tijdens de evacuatie en de daaropvolgende dodenmarsen in maart 1945, om het leven.
Tijdens de laatste maanden van de bezetting, in de periode dat tienduizende Arnhemmers gedwongen de stad hadden moeten verlaten brak er brand uit in het Rembrandt Theater. Het bleek niet meer te redden. Ook Cinema Palace was tijdens de bevrijding van Arnhem flink beschadigd geraakt. Wat resteerden waren twee uitgeleefde theaters: het Luxor Theater en het Arnhemsch Theater.
Inzet: Een opmerkelijk verhaal dat de persoon Charles van Biene schetst, is dat van zijn werknemer Leo Oberhofer. Leo was Oostenrijks en werd al op jonge leeftijd geadopteerd door een Nederlands gezin. Als jongeman werkte hij al in de Steenstraat als filmoperateur bij het Rembrandt Theater. Hier kon hij gedurende de eerste bezettingsjaren blijven werken, aangezien hij niet-Joods was. Echter, na de Anschluss van Oostenrijk bij Groot-Duitsland werd hij dringend verzocht zich te mobiliseren. Uiteindelijk werd hij gedwongen zijn werkzaamheden stop te zetten om als Duits-Oostenrijkse soldaat te dienen aan het front. Na een lange vlucht te voet keerde Leo terug naar Nederland. Kort na de oorlog was het Charles van Biene die contact opnam met Leo en hem opnieuw aanbood als chef-operateur aan het werk te gaan in zijn bioscopen. Hij is hier tot zijn pensioneren in 1981 blijven werken. 
(Het verwoeste Rembrandt Theater in 1945. Fotograaf D. Renes)
Een nieuwe start
Na de oorlog brak voor Charles van Biene een nieuwe strijd aan om zijn ontnomen bioscopen rechtmatig terug te krijgen. Zijn onteigende theaters waren door overname van de Duitsers immers vijandelijk vermogen geworden. Charles heeft 34 processen tegen het Nederlands Beheersinstituut moeten voeren om aan te tonen dat diefstal geen legale daad is.
Een treurige gebeurtenis volgde kort na de oorlog, in augustus 1949. Onderweg naar huis kwam zoon Jacques van Biene op 28-jarige leeftijd bij een eenzijdig auto-ongeluk om het leven. Kort na de oorlog was hij getrouwd met Johanna de Wilde. Een paar maanden voor zijn overlijden waren zij ouders geworden van hun zoon Wouter(tje).
De wederopbouw van Arnhem kwam op gang en bracht nieuwe mogelijkheden. Samen met zijn compagnon Paul Nassette richtte hij de N.V. Astra Filmmaatschappij op. Terwijl Cinema Palace en het Luxor Theater na de oorlogsschade werden gemoderniseerd, werd in Musis Sacrum tijdelijk een kleine bioscoop, het Saskia Theater geopend, dat een paar jaar later in 1949 definitief zijn deuren opende aan de Looiersstraat.
Bij Charles van Biene groeide het verlangen om, na het verlies van zijn geliefde Rembrandt Theater aan de Steenstraat, zijn premièretheater te laten herbouwen. In februari 1954 was het dan zover. Samen met zijn vijfjarige kleinzoon Woutertje legde hij de eerste steen voor het grote, moderne Rembrandt Theater aan het Velperplein, op de locatie waar voorheen het Telegraafkantoor had gestaan, maar door geallieerde bombardementen volledig was verwoest.

(De eerstesteenlegging van het Rembrandt Theater, 1954. In het midden Charles van Biene met kleinzoon Woutertje, met rechts naast hem Burgemeester Chris Matser)
Dit totaaltheater met moderne grandeur was naar ontwerp van de architecten Nap en Van Ede. Het had een café-restaurant op de begane grond, ruime foyers voor ontmoeting en feesten en een prachtige grote zaal voor landelijke filmpremières, filmvertoningen, theatervoorstellingen en revues. Het theater werd in één jaar tijd gebouwd, mede versneld omdat hier de eerste filmmanifestatie (lees: filmfestival) van Nederland moest gaan plaatsvinden. Dat had de Nederlandse Bioscoop Bond immers kortgesloten met het Arnhemse stadsbestuur. Deze Internationale Filmweek Arnhem liep van 1955 tot 1979 en werd een landelijk voorbeeld voor de latere filmfestivals in Nederland.

(Het Rembrandt theater aan het Velperplein in aanbouw, 1954. Fotograaf D. Renes)
(Het Rembrandt Theater gezien vanuit de Nilmij-flat in 1959)
Detail: Als je goed kijkt zie je boven de entree de aankondiging ‘Dagboek Anne Frank’ uit 1959. De eerste (Amerikaanse) verfilming van het dagboek van Anne Frank door George Stevens. Overigens werd Hollywood actrice Audrey Hepburn, die in haar beginjaren enige tijd in Arnhem woonde, benaderd door Otto Frank voor de rol van Anne. Zij heeft daar toen voor bedankt omdat haar eigen oorlogsherinneringen te pijnlijk waren en uit sympathie voor Anne omdat zij zelf graag Hollywood actrice wilde worden. Dat wat Audrey wel gelukt was.
In 1959 nam Charles van Biene samen met zijn vrouw Marie zijn intrek in de eerste woontoren van Arnhem: de Nilmij-flat, die recht tegenover het Rembrandt Theater gelegen was. Vanaf daar konden zij samen een oogje in het zeil houden en met trots de kroon op zijn levenswerk aanschouwen.
Charles is tot aan zijn dood op 7 januari 1962 als directeur van de N.V. Astra Filmmaatschappij werkzaam geweest. Zijn begrafenis werd groots herdacht, waarbij men in zijn geliefde bioscoop, het Rembrandt Theater, afscheid van hem kon nemen. Charles en zijn vrouw Marie liggen beiden begraven op begraafplaats Moscowa in Arnhem.
Een plaquette in het Rembrandt Theater eert Charles van Biene (en zijn compagnon Paul Nassette) om zijn enorme bevlogenheid en inzet voor de filmbranche, de Arnhemse filmtheaters en zijn liefde voor film in het bijzonder.

(Plaquette in het Rembrandt Theater met links Charles van Biene en rechts Paul Nassette)
Arnhem, augustus 2026
De auteur Jonas de Witte (Studio Beeldontwerp) heeft samen met Focus Filmtheater 'Filmsporen', een audiovisuele wandeling gerealiseerd. Filmsporen is een cadeau aan de stad Arnhem in verband met het 50 jarige bestaan in 2024 van Focus Filmtheater. Zie:
https://www.focusarnhem.nl/filmsporen-interactieve-cinemaroute-door-arnhem/
Bronnen
Wouter van Biene (Los Angeles), kleinzoon van Chales van Biene
My Heritage, Dossier Charles Salomon van Biene
Proefschrift @Fransje de Jong 2013 ‘Ondernemerschap van Joden in de Nederlandse filmwereld'
Het Parool PS, 4 februari 1956 ‘ Strijdvaardige Bioscoopdirecteur’
Beeld en Geluid / Polygoon Profilti ‘Hoe het groeide’
Beeld en Geluid / Afscheid Charles van Biene
Gelders Archief
Paul Löwenstein, het oorlogsverhaal van een Arnhemse bioscoopdirecteur, door Simcha Looijen
Met dank aan: Ton van Haeften / filmoperateur Rembrandt Theater en Minerva, Frank Kaaijk / filmoperateur Rembrandt Theater en Pathé, Willy Oberhofer / dochter Leo Oberhofer.