menu  

Joods Monument Arnhem
Joods Monument Arnhem

     

     

     

     

Koppel   Jacob

Adres: Parkstraat 29

Jacob bereikte de leeftijd van 36 jaar

 

Geboorteplaats: Arnhem   geboortedatum 10-06-07

Gestorven in: Sobibor   sterfdatum: 16-07-43

Beroep: expediteur

 


Jacob's verhaal

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151936/jacob-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151935/betsy-koppel-van-west

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151930/salomon-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151931/louis-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151932/elisabeth-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151933/eva-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151934/leentje-koppel

 

Salomon werd in Westerbork geboren op 28-04-1943. Hij stierf luttele maanden later in Sobibort op 16-07-1943.

 

Toespraak door Carla Brocken-Swart ter gelegenheid van de Stolpersteine-legging Arnhem 29 september 2025 


Beste aanwezigen.


Met betrekking tot de Holocaust is het belang dat namen van slachtoffers worden genoemd en verhalen steeds worden verteld. Voor mij was dat de motivatie om in januari namen van Holocaust-slachtoffers voor te lezen in Westerbork van onder meer van mijn familie, de familie Koppel. Vandaag is een nieuwe stap in de herdenking van onze familie. We gedenken Jacob Koppel en Betsy Koppel-van West door middel van het plaatsen van Stolpersteine.

 

Ik zal een korte toelichting geven op de familiegeschiedenis: Adriaan de Kreij, de broer van mijn grootmoeder is in 1923 getrouwd met Rozet Koppel, een joodse vrouw geboren in Arnhem. Rozet is de zus van Jacob Koppel. Jacob, eveneens in Arnhem geboren trouwde in 1934 met de in Amsterdam geboren Betsy van West. Jacob en Betsy vestigden zich aan de Parkstraat 29, waar ze met 4 van hun kinderen hebben gewoond. De oudste was Leentje, dan kwam Eva en vervolgens Elisabeth en Louis. Het jongste kind Salomon is in 1943 in Westerbork geboren.


De ouders van Jacob en Rozet, Louis Koppel en Betje Koppel-Moses hebben aan het eind van deze straat, in de Emmastraat 62 ondergedoken gezeten en zijn verraden. Ook Regina Koppel-Rosenboom, de schoonzus van Jacob en Rozet, zij was inmiddels weduwe, woonde met haar dochter Josina in de Emmastraat op nummer 64.


De hele familie Koppel, bestaande uit 11 personen is in 1943 in Sobibor vermoord.


 

Helaas weet ik niet veel meer te vertellen over mijn Joodse familie, daarom wil ik voorlezen uit een boek van Jules Schelvis, een van de weinige overlevenden van Sobibor. De tekst gaat over de tocht van Westerbork naar Sobibor. Het is illustratief voor de laatste reis van de familie Koppel.

 

Jules Schelvis beschrijft dat als ze vlakbij Sobibor aankomen, ze door SS'ers gedwongen worden kostbaarheden en sieraden af te staan. Hij schrijft vervolgens en ik citeer:


'Na het incident durfden we niet meer uit het raampje te kijken. Aan de schok van het weer in beweging komen merkten we dat de trein achteruit begon te rijden. We hadden nog maar enkele honderden meters afgelegd toen we opnieuw tot stilstand kwamen, nadat we een soort van stationnetje waren gepasseerd. We zagen door bosschages een met dubbele rij prikkeldraad voorzien kamp liggen, omgeven met wachttorens. We begrepen dat we snel onze bagage moesten oppakken, omdat dit het definitieve einde van de tocht scheen te zijn.
Door het lawaai van de koppeling en het ontsnappen van lucht uit de remleidingen concludeerden we dat we los waren gekomen van het rijtuig van de achter ons aan rijdende bewakers. Een serie van ongeveer tien wagons, één vijfde deel van het totale transport, werd door een locomotief achterstevoren het kamp ingereden, meer wagons konden niet langs de Rampe, een soort aarden perron, staan. De rest bleef voorlopig op het rangeerterrein achter. De laatste wagon waar wij in Westerbork waren ingestapt, reed nu als eerste een met rijen prikkeldraad omheind kamp binnen. Boven de poort van de naastgelegen toegangsweg zag ik door het raampje een bord hangen waarop met grote letters stond: 
SS-SONDERKOMMANDO SOBIBOR'.

 


 

 

Terug naar Zoekformulier

 

Koppel   Jacob

Adres: Parkstraat 29

Jacob bereikte de leeftijd van 36 jaar

 

Geboorteplaats: Arnhem   geboortedatum 10-06-07

Gestorven in: Sobibor   sterfdatum: 16-07-43

Beroep: expediteur

 

Jacob's verhaal

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151936/jacob-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151935/betsy-koppel-van-west

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151930/salomon-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151931/louis-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151932/elisabeth-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151933/eva-koppel

https://www.joodsmonument.nl/nl/page/151934/leentje-koppel

 

Salomon werd in Westerbork geboren op 28-04-1943. Hij stierf luttele maanden later in Sobibort op 16-07-1943.

 

Toespraak door Carla Brocken-Swart ter gelegenheid van de Stolpersteine-legging Arnhem 29 september 2025 


Beste aanwezigen.


Met betrekking tot de Holocaust is het belang dat namen van slachtoffers worden genoemd en verhalen steeds worden verteld. Voor mij was dat de motivatie om in januari namen van Holocaust-slachtoffers voor te lezen in Westerbork van onder meer van mijn familie, de familie Koppel. Vandaag is een nieuwe stap in de herdenking van onze familie. We gedenken Jacob Koppel en Betsy Koppel-van West door middel van het plaatsen van Stolpersteine.

 

Ik zal een korte toelichting geven op de familiegeschiedenis: Adriaan de Kreij, de broer van mijn grootmoeder is in 1923 getrouwd met Rozet Koppel, een joodse vrouw geboren in Arnhem. Rozet is de zus van Jacob Koppel. Jacob, eveneens in Arnhem geboren trouwde in 1934 met de in Amsterdam geboren Betsy van West. Jacob en Betsy vestigden zich aan de Parkstraat 29, waar ze met 4 van hun kinderen hebben gewoond. De oudste was Leentje, dan kwam Eva en vervolgens Elisabeth en Louis. Het jongste kind Salomon is in 1943 in Westerbork geboren.


De ouders van Jacob en Rozet, Louis Koppel en Betje Koppel-Moses hebben aan het eind van deze straat, in de Emmastraat 62 ondergedoken gezeten en zijn verraden. Ook Regina Koppel-Rosenboom, de schoonzus van Jacob en Rozet, zij was inmiddels weduwe, woonde met haar dochter Josina in de Emmastraat op nummer 64.


De hele familie Koppel, bestaande uit 11 personen is in 1943 in Sobibor vermoord.


 

Helaas weet ik niet veel meer te vertellen over mijn Joodse familie, daarom wil ik voorlezen uit een boek van Jules Schelvis, een van de weinige overlevenden van Sobibor. De tekst gaat over de tocht van Westerbork naar Sobibor. Het is illustratief voor de laatste reis van de familie Koppel.

 

Jules Schelvis beschrijft dat als ze vlakbij Sobibor aankomen, ze door SS'ers gedwongen worden kostbaarheden en sieraden af te staan. Hij schrijft vervolgens en ik citeer:


'Na het incident durfden we niet meer uit het raampje te kijken. Aan de schok van het weer in beweging komen merkten we dat de trein achteruit begon te rijden. We hadden nog maar enkele honderden meters afgelegd toen we opnieuw tot stilstand kwamen, nadat we een soort van stationnetje waren gepasseerd. We zagen door bosschages een met dubbele rij prikkeldraad voorzien kamp liggen, omgeven met wachttorens. We begrepen dat we snel onze bagage moesten oppakken, omdat dit het definitieve einde van de tocht scheen te zijn.
Door het lawaai van de koppeling en het ontsnappen van lucht uit de remleidingen concludeerden we dat we los waren gekomen van het rijtuig van de achter ons aan rijdende bewakers. Een serie van ongeveer tien wagons, één vijfde deel van het totale transport, werd door een locomotief achterstevoren het kamp ingereden, meer wagons konden niet langs de Rampe, een soort aarden perron, staan. De rest bleef voorlopig op het rangeerterrein achter. De laatste wagon waar wij in Westerbork waren ingestapt, reed nu als eerste een met rijen prikkeldraad omheind kamp binnen. Boven de poort van de naastgelegen toegangsweg zag ik door het raampje een bord hangen waarop met grote letters stond: 
SS-SONDERKOMMANDO SOBIBOR'.

 


 

Locatie Joods Monument Arnhem:
Kippenmarkt/Jonas Daniël Meijerplaats