Adres: Josef Israelslaan 88
Sara bereikte de leeftijd van 43 jaar
Geboorteplaats: Hilversum geboortedatum 15-06-00
Gestorven in: Auschwitz sterfdatum: 10-09-43
Sara's verhaal
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152220/martin-hirsekorn
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152218/sara-elburg
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/138612/meyer-van-kreveld
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152223/barend-jozeph-van-kreveld
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152221/jozeph-van-kreveld
Begin 1942 gaan twee Arnhemse agenten van politie, zij worden ook wel 'buitengewoon gemeenteveldwachter' genoemd, bij enkele winkeliers langs om een onderzoek in te stellen. Hieronder een fragment uit hun rapport over Martin Hirsekorn.
Martin Hirsekorn is evenals Siegel een Duitse vluchteling. Hij woont in een pension aan de Josef Israëlslaan en heeft daar een afzonderlijke zit-en slaapkamer. Hij is vertegenwoordiger van enkele buitenlandse fabrikanten. Van de handel is niets meer in voorraad, maar Hirsekorn heeft nog wel een kist met gereedschappen staan, bestaande uit 'hamers, tangen, boren enz. alsmede vijf lijmtangen en een fiets'. Een uittreksel van de Kamer voor Koophandel en een ontvangstbevestiging van het Bureau Voorbereiding Groothandel worden door de agent in beslag genomen.
Uit: Margo Klijn, De stille slag. Joodse Arnhemmers 1933-1945, Westervoort [Arnhem], 2003 / 2014, pagina 124

(v.l.n.r. Barend, Sara en Jozeph, foto Joods Monument)
Over Sara Elburg en haar kinderen Barend Jozeph en Jozeph van Kreveld
Wie waren Sara Elburg en haar zonen Barend Jozeph en Jozeph van Kreveld?
Jans Askes deed onderzoek. HIeronder staan zijn bevindingen.

Sara Elburg
Sara Elburg was een dochter van de Hilversumse koopman Barend Elburg en Bertha Gottschalk. Zij trouwden in augustus 1899 in Bertha’s geboorteplaats Ahaus, dat zo’n 15 km tover de grens ligt bij Enschede. Het stel vestigde zich in Hilversum. Vader Elburg overleed in 1924 en liet zijn vrouw achter met zeven ongetrouwde kinderen, vier zonen en drie dochters.
Sara was de oudste. Zij groeide op in een godsdienstig gezin. Eén van haar broers zou godsdienstleraar worden en een ander zelfs voorganger in de Nederlands Israëlitische Gemeente van Lochem. Sara was naaister. Zij trouwde eind 1927 met de in Amsterdam geboren Meijer van Kreveld. Meijer was acht maanden daarvoor van Hilversum naar Den Haag vertrokken. Het stel vestigde zich in Den Haag. In 1928 werd Barend Jozeph geboren en in 1931 Jozeph. Eind 1933 verhuisde het gezin naar Hilversum. Eind 1933 keerde de familie terug naar Hilversum en later verhuisden ze naar Amsterdam. Het huwelijk hield echter geen stand. Op verzoek van Sara werd op 8 augustus 1940 de echtscheiding uitgesproken door de rechtbank in Amsterdam.
Scheiding
Na de scheiding verhuisde Sara en haar beide zonen naar Arnhem, Jozef Israëlslaan 88. Het was een bescheiden woning uit 1928. Ze was naaister. Daarnaast had ze ook nog een kostganger: Martin Hirsekorn, die in 1934 uit Duitsland was gevlucht. Martin beschikte over een afzonderlijke zit- en slaapkamer. De man was ook joods, wat vertrouwd aanvoelde. Maar misschien was nog wel belangrijker dat er geen gedoe zou komen over de voedselbereiding volgens de joodse spijswetten.
Het is niet na te gaan hoe en wanneer Sara en haar beide zonen in kamp Westerbork terechtkwamen. Mogelijk na de grote razzia van 10 op 11 december 1942, wanneer ook hun huisgenoot Hirsekorn werd opgepakt. Maar volgens de website oorlogsbronnen.nl woonden ze tijdens de oorlog in Amsterdam. Ze kunnen dus ook via een tussenstop in Amsterdam naar Westerbork zijn afgevoerd. Op 7 september 1943 werden ze op de trein gezet naar Auschwitz en drie dagen later na aankomst vergast.
Vader Meijer van Kreveld
Vader Van Kreveld stond bij zijn huwelijk te boek als reiziger (marskramer), bij de gemeente Den Haag geregistreerd als kantoorklerk en volgens zijn persoonskaart was hij accountant.Meijer woonde het laatst in Driebergen-Rijsenburg. Hij lijkt op de vlucht naar Zwitserland in Frankrijk te zijn gesnapt en vastgezet in het kamp Drancy, het Franse Westerbork. Volgens een aantekening op de achterzijde van zijn persoonskaart werd hij vandaar op 26 augustus 1942 op de trein gezet naar Auschwitz en zou daar drie dagen later worden vergast.
Zijn persoonskaart meldt dat hij met Naatje Elburg was, een vrijgezelle zus van zijn ex. Ze woonden bij elkaar in het park Welgelegen en Meijer zal dus wel bij zijn vroegere schoonzus zijn ingetrokken. Sommige sites suggereren dat ze met elkaar waren getrouwd, maar dat klopt waarschijnlijk niet. Hun overlijdensakten bij de gemeente Driebergen-Rijsenburg maken daar in ieder geval geen melding van. Wel lijkt Naatje samen met Meijer op de vlucht te zijn geweest. Van 25 juli tot 8 augustus 1942 was ze gehuisvest (geïnterneerd?) in Pontarlier nabij de Zwitserse grens waarna ze naar Duitsland werd gedeporteerd. Pas in 1955 ontving de gemeente Driebergen-Rijsenburg bericht van de minister van Justitie dat Naatje op 9 augustus in Europa was overleden.
Jans Askes, Arnhem 03-10-2025
Over Martin HIrsekorn
Wie was Martin Hirsekorn? Jans Askes deed onderzoek. HIeronder staan zijn bevindingen.
Poznan
Martin werd ook wel Martin Israël Hirsekorn genoemd. De tweede naam Israël is onder bevel van de nazi’s toegevoegd om de joodse afkomst herkenbaar te maken. Martin Hirsekorn is in 1897 geboren in het toenmalige Duitse Schönlanke, een stadje onder de rook van Posen, het huidige Poolse Poznan. Het stadje had een grote joodse gemeenschap. Martin was de zoon van Max Marcus Hirsekorn en Jenny Davidsohn. Hij groeide op met zijn drie jaar jongere zus Johanna.
Vlucht naar Nederland
Vader Max Hirsekorn richtte een meubelfabriek op. Het bedrijf werd in 1929 overgenomen door zijn zoon Martin maar helaas niet voor lange tijd. Met een tussenstop in Berlijn vluchtte Martin in 1934 naar Nederland. Overigens zouden met hem ook nog 27 andere joodse inwoners van Schönlanke naar ons land vluchten.
Het is niet te achterhalen of Martin zich meteen in Arnhem vestigde. Hij zette er een handel op in ijzer- en koperwaren namens enkele buitenlandse bedrijven.
Begin 1942 gingen twee Arnhemse politieagenten bij enkele winkeliers langs om een onderzoek in te stellen. Ze namen ook een kijkje bij Martin Hirsekorn, een vertegenwoordiger van enkele buitenlandse fabrikanten. Van de handel was niets meer in voorraad, maar Hirsekorn had nog wel een kist met gereedschappen staan, bestaande uit 'hamers, tangen, boren enz. alsmede vijf lijmtangen en een fiets'. De agenten namen een uittreksel van de Kamer voor Koophandel en een ontvangstbevestiging van het Bureau Voorbereiding Groothandel in beslag. Drie maanden later viel het doek definitief. Ingevolge het besluit van de Rijkscommissaris werd op 13 april het bedrijf ambtshalve opgeheven.
In pension Josef Israëlslaan 88
De laatste jaren woonde Martin in een pension aan de Josef Israëlslaan en had daar een afzonderlijke zit-en slaapkamer. Het pension was joods en voelde daardoor vertrouwd. Maar misschien was het voor hem wel veel belangrijker dat het voedsel werd bereid volgens de joodse spijswetten. Hij was dus niet getrouwd met zijn pensionhoudster Sara Elburg, zoals op verschillende websites is aangenomen. Dit blijkt niet alleen uit bovenstaande getuigenverklaring in het boek van Margo Klijn. Volgens de adresboeken woonde niet M.Hirsekorn, maar mevr. S.Elburg in 1941 en 1942 op Jozef Israëlslaan 88 en tenslotte geeft de persoonskaart van Martin Hirsekorn geen melding van een echtgenote.
Opgepakt en vergast
Martin werd opgepakt bij de grote razzia in de nacht van 10 op 11 december 1942 en afgevoerd naar kamp Westerbork. Op 18 december werd beslist dat hij daar kon blijven. Waarschijnlijk omdat hij als Duitse jood en voormalig fabrieksdirecteur een zekere status had. Want op 14 september 1943 ging Martin op transport naar het kamp Bergen-Belsen. Dit kamp werd een half jaar daarvoor ingericht als concentratiekamp voor joden om uitgewisseld te worden tegen Duitse staatsburgers die in het buitenland woonden of daar geïnterneerd waren.
Viel hij op een zeker moment in ongenade? Op 24 mei 1944 werd Martin op de trein gezet naar Auschwitz en daar drie dagen later vergast.
Zus Johanna
Zus Johanna trouwde met de Slowaak Carl Strauber. Zij woonden in Leipzig. In januari 1942 werd zij afgevoerd naar het ghetto in Riga. Vandaar ging ze in augustus 1944 op transport naar het concentratiekamp Stutthof bij Danzig (Gdansk), waar ze in januari 1945 bezweek.
Jans Askes, 30 september 2025
Struikelstenen
Op 29 september 2025 werden struikelstenen gelegd voor de oud-bewoners van Josef Israëlslaan 88 op initiatief van de huidige bewoonster.


Terug naar Zoekformulier
Adres: Josef Israelslaan 88
Sara bereikte de leeftijd van 43 jaar
Geboorteplaats: Hilversum geboortedatum 15-06-00
Gestorven in: Auschwitz sterfdatum: 10-09-43
Beroep:
Sara's verhaal
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152220/martin-hirsekorn
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152218/sara-elburg
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/138612/meyer-van-kreveld
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152223/barend-jozeph-van-kreveld
https://www.joodsmonument.nl/nl/page/152221/jozeph-van-kreveld
Begin 1942 gaan twee Arnhemse agenten van politie, zij worden ook wel 'buitengewoon gemeenteveldwachter' genoemd, bij enkele winkeliers langs om een onderzoek in te stellen. Hieronder een fragment uit hun rapport over Martin Hirsekorn.
Martin Hirsekorn is evenals Siegel een Duitse vluchteling. Hij woont in een pension aan de Josef Israëlslaan en heeft daar een afzonderlijke zit-en slaapkamer. Hij is vertegenwoordiger van enkele buitenlandse fabrikanten. Van de handel is niets meer in voorraad, maar Hirsekorn heeft nog wel een kist met gereedschappen staan, bestaande uit 'hamers, tangen, boren enz. alsmede vijf lijmtangen en een fiets'. Een uittreksel van de Kamer voor Koophandel en een ontvangstbevestiging van het Bureau Voorbereiding Groothandel worden door de agent in beslag genomen.
Uit: Margo Klijn, De stille slag. Joodse Arnhemmers 1933-1945, Westervoort [Arnhem], 2003 / 2014, pagina 124

(v.l.n.r. Barend, Sara en Jozeph, foto Joods Monument)
Over Sara Elburg en haar kinderen Barend Jozeph en Jozeph van Kreveld
Wie waren Sara Elburg en haar zonen Barend Jozeph en Jozeph van Kreveld?
Jans Askes deed onderzoek. HIeronder staan zijn bevindingen.

Sara Elburg
Sara Elburg was een dochter van de Hilversumse koopman Barend Elburg en Bertha Gottschalk. Zij trouwden in augustus 1899 in Bertha’s geboorteplaats Ahaus, dat zo’n 15 km tover de grens ligt bij Enschede. Het stel vestigde zich in Hilversum. Vader Elburg overleed in 1924 en liet zijn vrouw achter met zeven ongetrouwde kinderen, vier zonen en drie dochters.
Sara was de oudste. Zij groeide op in een godsdienstig gezin. Eén van haar broers zou godsdienstleraar worden en een ander zelfs voorganger in de Nederlands Israëlitische Gemeente van Lochem. Sara was naaister. Zij trouwde eind 1927 met de in Amsterdam geboren Meijer van Kreveld. Meijer was acht maanden daarvoor van Hilversum naar Den Haag vertrokken. Het stel vestigde zich in Den Haag. In 1928 werd Barend Jozeph geboren en in 1931 Jozeph. Eind 1933 verhuisde het gezin naar Hilversum. Eind 1933 keerde de familie terug naar Hilversum en later verhuisden ze naar Amsterdam. Het huwelijk hield echter geen stand. Op verzoek van Sara werd op 8 augustus 1940 de echtscheiding uitgesproken door de rechtbank in Amsterdam.
Scheiding
Na de scheiding verhuisde Sara en haar beide zonen naar Arnhem, Jozef Israëlslaan 88. Het was een bescheiden woning uit 1928. Ze was naaister. Daarnaast had ze ook nog een kostganger: Martin Hirsekorn, die in 1934 uit Duitsland was gevlucht. Martin beschikte over een afzonderlijke zit- en slaapkamer. De man was ook joods, wat vertrouwd aanvoelde. Maar misschien was nog wel belangrijker dat er geen gedoe zou komen over de voedselbereiding volgens de joodse spijswetten.
Het is niet na te gaan hoe en wanneer Sara en haar beide zonen in kamp Westerbork terechtkwamen. Mogelijk na de grote razzia van 10 op 11 december 1942, wanneer ook hun huisgenoot Hirsekorn werd opgepakt. Maar volgens de website oorlogsbronnen.nl woonden ze tijdens de oorlog in Amsterdam. Ze kunnen dus ook via een tussenstop in Amsterdam naar Westerbork zijn afgevoerd. Op 7 september 1943 werden ze op de trein gezet naar Auschwitz en drie dagen later na aankomst vergast.
Vader Meijer van Kreveld
Vader Van Kreveld stond bij zijn huwelijk te boek als reiziger (marskramer), bij de gemeente Den Haag geregistreerd als kantoorklerk en volgens zijn persoonskaart was hij accountant.Meijer woonde het laatst in Driebergen-Rijsenburg. Hij lijkt op de vlucht naar Zwitserland in Frankrijk te zijn gesnapt en vastgezet in het kamp Drancy, het Franse Westerbork. Volgens een aantekening op de achterzijde van zijn persoonskaart werd hij vandaar op 26 augustus 1942 op de trein gezet naar Auschwitz en zou daar drie dagen later worden vergast.
Zijn persoonskaart meldt dat hij met Naatje Elburg was, een vrijgezelle zus van zijn ex. Ze woonden bij elkaar in het park Welgelegen en Meijer zal dus wel bij zijn vroegere schoonzus zijn ingetrokken. Sommige sites suggereren dat ze met elkaar waren getrouwd, maar dat klopt waarschijnlijk niet. Hun overlijdensakten bij de gemeente Driebergen-Rijsenburg maken daar in ieder geval geen melding van. Wel lijkt Naatje samen met Meijer op de vlucht te zijn geweest. Van 25 juli tot 8 augustus 1942 was ze gehuisvest (geïnterneerd?) in Pontarlier nabij de Zwitserse grens waarna ze naar Duitsland werd gedeporteerd. Pas in 1955 ontving de gemeente Driebergen-Rijsenburg bericht van de minister van Justitie dat Naatje op 9 augustus in Europa was overleden.
Jans Askes, Arnhem 03-10-2025
Over Martin HIrsekorn
Wie was Martin Hirsekorn? Jans Askes deed onderzoek. HIeronder staan zijn bevindingen.
Poznan
Martin werd ook wel Martin Israël Hirsekorn genoemd. De tweede naam Israël is onder bevel van de nazi’s toegevoegd om de joodse afkomst herkenbaar te maken. Martin Hirsekorn is in 1897 geboren in het toenmalige Duitse Schönlanke, een stadje onder de rook van Posen, het huidige Poolse Poznan. Het stadje had een grote joodse gemeenschap. Martin was de zoon van Max Marcus Hirsekorn en Jenny Davidsohn. Hij groeide op met zijn drie jaar jongere zus Johanna.
Vlucht naar Nederland
Vader Max Hirsekorn richtte een meubelfabriek op. Het bedrijf werd in 1929 overgenomen door zijn zoon Martin maar helaas niet voor lange tijd. Met een tussenstop in Berlijn vluchtte Martin in 1934 naar Nederland. Overigens zouden met hem ook nog 27 andere joodse inwoners van Schönlanke naar ons land vluchten.
Het is niet te achterhalen of Martin zich meteen in Arnhem vestigde. Hij zette er een handel op in ijzer- en koperwaren namens enkele buitenlandse bedrijven.
Begin 1942 gingen twee Arnhemse politieagenten bij enkele winkeliers langs om een onderzoek in te stellen. Ze namen ook een kijkje bij Martin Hirsekorn, een vertegenwoordiger van enkele buitenlandse fabrikanten. Van de handel was niets meer in voorraad, maar Hirsekorn had nog wel een kist met gereedschappen staan, bestaande uit 'hamers, tangen, boren enz. alsmede vijf lijmtangen en een fiets'. De agenten namen een uittreksel van de Kamer voor Koophandel en een ontvangstbevestiging van het Bureau Voorbereiding Groothandel in beslag. Drie maanden later viel het doek definitief. Ingevolge het besluit van de Rijkscommissaris werd op 13 april het bedrijf ambtshalve opgeheven.
In pension Josef Israëlslaan 88
De laatste jaren woonde Martin in een pension aan de Josef Israëlslaan en had daar een afzonderlijke zit-en slaapkamer. Het pension was joods en voelde daardoor vertrouwd. Maar misschien was het voor hem wel veel belangrijker dat het voedsel werd bereid volgens de joodse spijswetten. Hij was dus niet getrouwd met zijn pensionhoudster Sara Elburg, zoals op verschillende websites is aangenomen. Dit blijkt niet alleen uit bovenstaande getuigenverklaring in het boek van Margo Klijn. Volgens de adresboeken woonde niet M.Hirsekorn, maar mevr. S.Elburg in 1941 en 1942 op Jozef Israëlslaan 88 en tenslotte geeft de persoonskaart van Martin Hirsekorn geen melding van een echtgenote.
Opgepakt en vergast
Martin werd opgepakt bij de grote razzia in de nacht van 10 op 11 december 1942 en afgevoerd naar kamp Westerbork. Op 18 december werd beslist dat hij daar kon blijven. Waarschijnlijk omdat hij als Duitse jood en voormalig fabrieksdirecteur een zekere status had. Want op 14 september 1943 ging Martin op transport naar het kamp Bergen-Belsen. Dit kamp werd een half jaar daarvoor ingericht als concentratiekamp voor joden om uitgewisseld te worden tegen Duitse staatsburgers die in het buitenland woonden of daar geïnterneerd waren.
Viel hij op een zeker moment in ongenade? Op 24 mei 1944 werd Martin op de trein gezet naar Auschwitz en daar drie dagen later vergast.
Zus Johanna
Zus Johanna trouwde met de Slowaak Carl Strauber. Zij woonden in Leipzig. In januari 1942 werd zij afgevoerd naar het ghetto in Riga. Vandaar ging ze in augustus 1944 op transport naar het concentratiekamp Stutthof bij Danzig (Gdansk), waar ze in januari 1945 bezweek.
Jans Askes, 30 september 2025
Struikelstenen
Op 29 september 2025 werden struikelstenen gelegd voor de oud-bewoners van Josef Israëlslaan 88 op initiatief van de huidige bewoonster.

