Adres: Marten van Rossumstraat 64
Jozef Philippus bereikte de leeftijd van 21 jaar
Geboorteplaats: Arnhem geboortedatum 09-08-21
Plaats van overlijden: Sobibor sterfdatum: 02-04-43
Beroep:
Asser van Gelderen
Carolina van Gelderen-Eijsman
kinderen
Jacob Alexander van Gelderen
Jozef van Gelderen
Elisabeth van Gelderen
Asser van Gelderen
Gelderen, Asser van, 26-10-1892 Renkum - 29-feb-1944 Midden Europa
Asser van Gelderen, zoon van Helena van Gelderen, vader onbekend.
Asser is getrouwd Renkum 24-05-1917 met Carolina Eijsman; geboren Arnhem 01-12-1886, overleden Sobibor 02-04-1943, dochter van Benjamin Eijsman en Elisabeth Bos.
Uit dit huwelijk:
Jacob Alexander van Gelderen; Arnhem 25-03-1918, overleden Sobibor 28-05-1943.
Elisabeth van Gelderen; geboren Arnhem 01-10-1919, overleden Sobibor 02-04-1943.
Jozef van Gelderen; geboren Arnhem 09-08-1921, overleden Sobibor 02-04-1943.
Asser was bankwerker in Keulen (1917), daarna arbeider (1924) en later fabrieksarbeider te Arnhem. Het gezin woonde in het begin van de oorlog aan de Maarten van Rossumstraat 64 te Arnhem. Op 14 januari 1943 publiceerde de hoofdcommissaris van politie in Arnhem een opsporingsbericht voor het gezin, dat inmiddels was ondergedoken. Carolina, Elisabeth en Jozef werden opgepakt en op 30 maart 1943 vanuit Westerbork op transport gesteld naar Sobibor en na aankomst vergast. Bron: https://www.hansbraakhuis.nl/Renkum/oorlogsslachtoffers-namen.html
Het verhaal van Christina Bachrach-Eijsman en David Bachrach
De lotgevallen van deze familie worden op deze site beschreven in
'Het verhaal van Christina Bachrach-Eijsman en David Bachrach'.
Zie: https://joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f.php?flexpag_id=216&rubriek_id=12
Voor de onderduik en het verraad van Dora (zus van Christina) en Rebecca (dochter van Dora), beide woonachtig aan de Leoninusstraat 41, zie hoofdstuk 3 'Ondergedoken en veraden', pagina 22-25.
Ook Asser van Gelderen en Carolina van Gelderen en hun zoon Jacob Alexander van Gelderen (1918) worden genoemd. Niet dochter Elisabeth (1919) en zoon Jozef (1921).

Over deze persoon is in 2021 een levensgeschiedenis gepubliceerd op het digitale buurtmonument Sint Marten Sonsbeek te Arnhem: https://sintmartensonsbeek.nl/digitaal-monument/?id=37&m=21
Op het digitale buurtmonument Sint Marten Sonsbeek staat het volgende verhaal.
Een arbeidersfamilie Asser van Gelderen en Carolina Eijsman
Door Bert van Dijk en Jel Engelen
Op nummer 64 van de Marten van Rossemstraat woonde het gezin van Asser van Gelderen en Carolina Eijsman. De oudste zoon Jacob Alexander van Gelderen woonde vlakbij op nummer 12.
Asser
Asser is geboren op 26 oktober 1892 in Oosterbeek. Zijn moeder is Helena van Gelderen. De vroedvrouw geeft Assers geboorte aan. Getuigen zijn oudoom Salomon van Gelderen en een zekere Derk Jacobs (28 jaar, behanger).
[ Erkenningsakte Asser]( https://sintmartensonsbeek.nl/wp-content/uploads/2021/12/Erkenningsakte-Asser.jpg). Erkenningsakte Asser – Gelders Archief*
Pas als hij zeventien is - op 28 januari 1911 – erkent zijn moeder hem officieel. Op deze erkenningsakte staat de naam van de vader niet vermeld. Koopvrouw Helena woont op dat moment in Arnhem. Na haar dood in 1924 is een akte van successie opgemaakt waarbij het eigendom van haar huis en erf te Oosterbeek wordt verdeeld. Haar man Jacob Arie van Tijn krijgt de helft van de erfenis krijgt en Helena’s zoon Asser van Gelderen een kwart. Het overige kwart deel wordt verdeeld onder Helena’s (dan nog levende) broers en zusters.
Asser is in 1917 bankwerker in Keulen, daarna arbeider (1924) en later fabrieksarbeider te Arnhem.
Carolina
Carolina is geboren in Arnhem op 1 december 1886. Haar ouders zijn Benjamin Eijsman en Elisabeth Bos. Ze komt uit een groot gezin met tien kinderen. Carolina gaat op15 december 1911 naar Amsterdam en op 19 november 1916 vertrekt ze naar Den Haag; volgens het bevolkingsregister naar Hotel Dageraad. Daarvóór heeft ze als dienstbode op zes verschillende adressen gewerkt. In die tijd een veelvoorkomend beroep voor ongehuwde meisjes uit de arbeidersklasse. Zo heeft haar twee jaar oudere zuster Christina ook enkele jaren als dienstbode in Amsterdam heeft gewerkt, van 1905 tot 1909), op een vijf verschillende adressen.
Sint Marten
Asser en Carolina trouwden op 24 mei 1917 in Renkum. Het is onbekend hoe en waar zij elkaar hebben leren kennen. Waarschijnlijk zijn Asser en Carolina daarna vrijwel direct naar Arnhem verhuisd, aangezien hun kinderen daar zijn geboren. Ze krijgen drie kinderen: Jacob Alexander op 25 maart 1918, Elisabeth op 1 oktober 1919 en Jozef op 9 augustus 1921. Van moeder Carolina is geen beroep bekend, vader en kinderen zijn allen als arbeider aan de slag gegaan. Helaas weten we niet waar zij gewerkt hebben. Het gezin woont in het begin van de oorlog aan de Maarten van Rossumstraat 64 te Arnhem.
 *Kaart oudste zoon Jacob Alexander*
In Sint Marten wonen dan meerdere familieleden van Asser en Carolina. Oudste zoon [Jacob Alexander] (index.php?id=20&m=19) woont een paar huizen verderop op nummer 12. Hij werkte -zoals de kaart aantoont- in een hotel en had de hotelvakschool afgerond. Asser is de oom van [Jozef Filippus](index.php?id=37&m=21), die op Staringplein 30 woont. Carolina is de zus van [Hartog Eijsman](index.php?id=7&m=17), die op Bouwmeesterstraat 5 woont en van [Dora Marcus-Eijsman](index.php?id=17&m=55) op de Leoninusstraat. Neef [Benjamin Eijsman](index.php?id=40&m=16) woont op de Van Hasseltstraat 49.
Opgepakt
Op 14 januari 1943 publiceert de hoofdcommissaris van politie in Arnhem een opsporingsbericht voor het gezin, dat inmiddels is ondergedoken. Carolina, Elisabeth en Jozef worden opgepakt en op 30 maart 1943 vanuit Westerbork op transport gesteld naar Sobibor en na aankomst vergast.
Zij staan op de transportlijst vermeld als ‘häftlinge’, een ‘häftling’ was een strafgevangene, iemand die in de ogen van de Duitsers iets verkeerds/ strafbaars had gedaan (zoals onderduiken). Er waren speciaal voor de ‘häftlinge’ drie strafbarakken in het kamp Westerbork.
Twee maanden later, op 25 mei 1943, is zoon Jacob Alexander In Westerbork op transport gezet naar Sobibor.
. Op deze kaart staat dat Asser van werkkamp Hardenberg komt. In Hardenberg was het werkkamp Molengoot, waar vanaf 1942 153 joodse dwangarbeiders zaten. Voor die tijd was het een werkschaffingsproject van de Heidemij.*
Van vader Asser is vermeld dat hij op 29 februari 1944 ergens in Midden-Europa is omgekomen.
. Kaart oudste zoon Jacob Alexander.
Adres: Marten van Rossumstraat 64
Jozef Philippus bereikte de leeftijd van 21 jaar
Geboorteplaats: Arnhem geboortedatum 09-08-21
Plaats van overlijden: Sobibor sterfdatum: 02-04-43
Beroep:
Asser van Gelderen
Carolina van Gelderen-Eijsman
kinderen
Jacob Alexander van Gelderen
Jozef van Gelderen
Elisabeth van Gelderen
Asser van Gelderen
Gelderen, Asser van, 26-10-1892 Renkum - 29-feb-1944 Midden Europa
Asser van Gelderen, zoon van Helena van Gelderen, vader onbekend.
Asser is getrouwd Renkum 24-05-1917 met Carolina Eijsman; geboren Arnhem 01-12-1886, overleden Sobibor 02-04-1943, dochter van Benjamin Eijsman en Elisabeth Bos.
Uit dit huwelijk:
Jacob Alexander van Gelderen; Arnhem 25-03-1918, overleden Sobibor 28-05-1943.
Elisabeth van Gelderen; geboren Arnhem 01-10-1919, overleden Sobibor 02-04-1943.
Jozef van Gelderen; geboren Arnhem 09-08-1921, overleden Sobibor 02-04-1943.
Asser was bankwerker in Keulen (1917), daarna arbeider (1924) en later fabrieksarbeider te Arnhem. Het gezin woonde in het begin van de oorlog aan de Maarten van Rossumstraat 64 te Arnhem. Op 14 januari 1943 publiceerde de hoofdcommissaris van politie in Arnhem een opsporingsbericht voor het gezin, dat inmiddels was ondergedoken. Carolina, Elisabeth en Jozef werden opgepakt en op 30 maart 1943 vanuit Westerbork op transport gesteld naar Sobibor en na aankomst vergast. Bron: https://www.hansbraakhuis.nl/Renkum/oorlogsslachtoffers-namen.html
Het verhaal van Christina Bachrach-Eijsman en David Bachrach
De lotgevallen van deze familie worden op deze site beschreven in
'Het verhaal van Christina Bachrach-Eijsman en David Bachrach'.
Zie: https://joodsmonumentarnhem.nl/p/p/f.php?flexpag_id=216&rubriek_id=12
Voor de onderduik en het verraad van Dora (zus van Christina) en Rebecca (dochter van Dora), beide woonachtig aan de Leoninusstraat 41, zie hoofdstuk 3 'Ondergedoken en veraden', pagina 22-25.
Ook Asser van Gelderen en Carolina van Gelderen en hun zoon Jacob Alexander van Gelderen (1918) worden genoemd. Niet dochter Elisabeth (1919) en zoon Jozef (1921).

Over deze persoon is in 2021 een levensgeschiedenis gepubliceerd op het digitale buurtmonument Sint Marten Sonsbeek te Arnhem: https://sintmartensonsbeek.nl/digitaal-monument/?id=37&m=21
Op het digitale buurtmonument Sint Marten Sonsbeek staat het volgende verhaal.
Een arbeidersfamilie Asser van Gelderen en Carolina Eijsman
Door Bert van Dijk en Jel Engelen
Op nummer 64 van de Marten van Rossemstraat woonde het gezin van Asser van Gelderen en Carolina Eijsman. De oudste zoon Jacob Alexander van Gelderen woonde vlakbij op nummer 12.
Asser
Asser is geboren op 26 oktober 1892 in Oosterbeek. Zijn moeder is Helena van Gelderen. De vroedvrouw geeft Assers geboorte aan. Getuigen zijn oudoom Salomon van Gelderen en een zekere Derk Jacobs (28 jaar, behanger).
[ Erkenningsakte Asser]( https://sintmartensonsbeek.nl/wp-content/uploads/2021/12/Erkenningsakte-Asser.jpg). Erkenningsakte Asser – Gelders Archief*
Pas als hij zeventien is - op 28 januari 1911 – erkent zijn moeder hem officieel. Op deze erkenningsakte staat de naam van de vader niet vermeld. Koopvrouw Helena woont op dat moment in Arnhem. Na haar dood in 1924 is een akte van successie opgemaakt waarbij het eigendom van haar huis en erf te Oosterbeek wordt verdeeld. Haar man Jacob Arie van Tijn krijgt de helft van de erfenis krijgt en Helena’s zoon Asser van Gelderen een kwart. Het overige kwart deel wordt verdeeld onder Helena’s (dan nog levende) broers en zusters.
Asser is in 1917 bankwerker in Keulen, daarna arbeider (1924) en later fabrieksarbeider te Arnhem.
Carolina
Carolina is geboren in Arnhem op 1 december 1886. Haar ouders zijn Benjamin Eijsman en Elisabeth Bos. Ze komt uit een groot gezin met tien kinderen. Carolina gaat op15 december 1911 naar Amsterdam en op 19 november 1916 vertrekt ze naar Den Haag; volgens het bevolkingsregister naar Hotel Dageraad. Daarvóór heeft ze als dienstbode op zes verschillende adressen gewerkt. In die tijd een veelvoorkomend beroep voor ongehuwde meisjes uit de arbeidersklasse. Zo heeft haar twee jaar oudere zuster Christina ook enkele jaren als dienstbode in Amsterdam heeft gewerkt, van 1905 tot 1909), op een vijf verschillende adressen.
Sint Marten
Asser en Carolina trouwden op 24 mei 1917 in Renkum. Het is onbekend hoe en waar zij elkaar hebben leren kennen. Waarschijnlijk zijn Asser en Carolina daarna vrijwel direct naar Arnhem verhuisd, aangezien hun kinderen daar zijn geboren. Ze krijgen drie kinderen: Jacob Alexander op 25 maart 1918, Elisabeth op 1 oktober 1919 en Jozef op 9 augustus 1921. Van moeder Carolina is geen beroep bekend, vader en kinderen zijn allen als arbeider aan de slag gegaan. Helaas weten we niet waar zij gewerkt hebben. Het gezin woont in het begin van de oorlog aan de Maarten van Rossumstraat 64 te Arnhem.
 *Kaart oudste zoon Jacob Alexander*
In Sint Marten wonen dan meerdere familieleden van Asser en Carolina. Oudste zoon [Jacob Alexander] (index.php?id=20&m=19) woont een paar huizen verderop op nummer 12. Hij werkte -zoals de kaart aantoont- in een hotel en had de hotelvakschool afgerond. Asser is de oom van [Jozef Filippus](index.php?id=37&m=21), die op Staringplein 30 woont. Carolina is de zus van [Hartog Eijsman](index.php?id=7&m=17), die op Bouwmeesterstraat 5 woont en van [Dora Marcus-Eijsman](index.php?id=17&m=55) op de Leoninusstraat. Neef [Benjamin Eijsman](index.php?id=40&m=16) woont op de Van Hasseltstraat 49.
Opgepakt
Op 14 januari 1943 publiceert de hoofdcommissaris van politie in Arnhem een opsporingsbericht voor het gezin, dat inmiddels is ondergedoken. Carolina, Elisabeth en Jozef worden opgepakt en op 30 maart 1943 vanuit Westerbork op transport gesteld naar Sobibor en na aankomst vergast.
Zij staan op de transportlijst vermeld als ‘häftlinge’, een ‘häftling’ was een strafgevangene, iemand die in de ogen van de Duitsers iets verkeerds/ strafbaars had gedaan (zoals onderduiken). Er waren speciaal voor de ‘häftlinge’ drie strafbarakken in het kamp Westerbork.
Twee maanden later, op 25 mei 1943, is zoon Jacob Alexander In Westerbork op transport gezet naar Sobibor.
. Op deze kaart staat dat Asser van werkkamp Hardenberg komt. In Hardenberg was het werkkamp Molengoot, waar vanaf 1942 153 joodse dwangarbeiders zaten. Voor die tijd was het een werkschaffingsproject van de Heidemij.*
Van vader Asser is vermeld dat hij op 29 februari 1944 ergens in Midden-Europa is omgekomen.
. Kaart oudste zoon Jacob Alexander.